‘Het niet weten’ ligt achter ons, we gaan het nu anders doen!

“We hebben patiënten met een LVB altijd al in onze caseload gehad, maar niet altijd herkend.” Langzaam maar zeker groeit dit besef bij GGZ-instellingen. De inzet van de SCIL (Screener voor intelligentie en licht verstandelijke beperking) of andere signaleringsinstrumenten voor een licht verstandelijke beperking (LVB) neemt toe. Dat is een belangrijke eerste stap om de behandeling goed te laten aansluiten op de behoeften van patiënten met een LVB.

Onbegrepen gedrag

Psychiatrische problemen bij mensen met een LVB of zwakbegaafdheid (ZB) uiten zich vaker in wat we ook wel ‘onbegrepen gedrag’ noemen (zie mijn proefschrift A Blind Spot). We weten dat mensen met een LVB/ZB vaker gedwongen worden opgenomen, vaker betrokken zijn bij agressie-incidenten en meer traumatische ervaringen (zoals seksueel misbruik) hebben meegemaakt. Ook zijn zij extra kwetsbaar voor het ontwikkelen van een PTSS die regelmatig niet als zodanig wordt herkend.

Als een LVB of ZB niet of pas na vele jaren wordt herkend, kan de zorg en het welzijn van patiënten inderdaad flink spaak lopen (zie Tijdschrift voor Psychiatrie; zie Trimbos):

  • patiënten volgen jarenlang behandeling, maar knappen onvoldoende op
  • hun kwaliteit van leven lijdt eronder
  • zorgkosten stijgen onnodig
  • mensen blijven nodeloos afhankelijk van zorg die niet bij hen past

LVB in de GGZ: geen niche

Ongeveer 40% van de patiënten in de specialistische GGZ (SGGZ) heeft aanwijzingen voor een LVB of ZB, wanneer er gescreend wordt met de SCIL. Dat betekent dat vrijwel iedere behandelaar patiënten met een LVB of ZB in zorg heeft, ook als dat niet wordt (h)erkend. Patiënten weten het zelf (ook) niet altijd.

 

Géén excuus voor uitsluiting…

De aandacht voor LVB in de GGZ groeit en de SCIL vindt zijn weg. Maar één ding mag absoluut niet gebeuren: een vermoeden van een LVB (bv. op grond van een positieve SCIL-score) mag nooit een excuus zijn om iemand van behandeling uit te sluiten. Het risico op stigmatisering en discriminatie ligt dan direct op de loer (zie Tijdschrift voor Psychiatrie). Elke patiënt heeft immers recht op passende en accurate zorg. En die zorg kán er gewoon zijn, óók binnen de SGGZ.

Inclusieve SGGZ: het kan echt

Ik zie zelf in mijn dagelijks werk dat mensen met een LVB of ZB wél degelijk profiteren van behandeling, wanneer:

  • diagnostiek wordt aangepast
  • behandelmaterialen toegankelijk worden gemaakt
  • het tempo lager en voorspelbaar is
  • de omgeving steunend is
  • trauma serieus wordt genomen

Prachtig voorbeeld uit de praktijk: 11 teams uit 6 SGGZ-organisaties hebben met middelen van ZonMw de eerste stappen gezet richting een LVB/ZB-inclusieve SGGZ. Onlangs presenteerden zij hun resultaten. En die resultaten verdienen navolging, verdieping, borging én landelijke verspreiding. Benieuwd hoe jouw organisatie ook LVB/ZB-inclusief kan worden? Kijk op de website van Kenniscentrum Phrenos; hier vind je inspirerende voorbeelden en filmpjes.

Wil je zelf ook een stap zetten?

Dat kan om te beginnen met alle gefundeerde kennis die vrij toegankelijk beschikbaar is. Bekijk bijvoorbeeld het vernieuwde informatiebronnenoverzicht LVB & GGZ van het Landelijk Kenniscentrum LVB bomvol actuele kennisbronnen met handvatten voor het aanpassen van behandelingen. Of start met de geaccrediteerde e-learning LVB & GGZ in de reeks Zie jij het, die LVB?

 

Jeanet Nieuwenhuis