‘Het niet weten’ ligt achter ons, we gaan het nu anders doen! “We hebben patiënten met een LVB altijd al in onze …
Psychiater Jim van Os sprak in de allerlaatste aflevering van VPRO Zomergasten met Janine Abbring over zijn kritiek op psychiatrische classificaties. Mijn sociale media-bubbel rond hulpverlening en onderwijs stond er bol van. “Geldt die kritiek op classificaties misschien ook voor ‘LVB’?”, vroeg ik mij af. Ook met deze classificatie delen we mensen in.
Het Landelijk Kenniscentrum LVB pleit juist vóór betere herkenning van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) en méér kennis over LVB in de brede samenleving. Moeten we dat wel willen?
Een punt van de kritiek van Van Os en anderen richt zich op het verschil tussen een categorie en de diversiteit van de werkelijkheid. Mensen met dezelfde classificatie kunnen onderling sterk van elkaar verschillen. Ook de aard en ernst van hun problemen kunnen binnen diezelfde classificatie uiteenlopen.
Het wordt problematisch wanneer we de classificatie tóch primair gebruiken om te bepalen welke zorg iemand nodig heeft. Het wordt: deze persoon hoort in de gehandicaptenzorg en niet bij ons. In plaats van: we houden bij deze persoon rekening met het cognitieve en adaptieve functioneren.
Hoe belangrijk dit onderscheid is, zag ik onlangs in mijn werk voor het crisis- en ondersteuningsteam (COT) Oost-Nederland. Een vrouw met een LVB lag in het ziekenhuis met een ziekte die haar hersenen aantastte. Zij had deels haar spraak verloren, kon nauwelijks lopen en had grote spijsverteringsproblemen. Terugkeren naar haar appartement op driehoog, met een inloopvoorziening en enkele uren begeleiding per dag, was niet haalbaar.
Toch stuurden de artsen haar terug. Zij had immers een LVB, woonde in een LVB-voorziening en ging dus terug naar de LVB-zorg. Voor de gevolgen van haar ziekte had zij intensieve revalidatie en mogelijk verpleeghuiszorg nodig, maar daar kwam zij niet terecht. Als haar actuele functioneren en zorgbehoefte het vertrekpunt waren geweest, zou de vraag anders hebben geluid: welke zorg heeft deze vrouw nu nodig en hoe passen we die aan haar cognitieve mogelijkheden, informatieverwerking en taal aan? Zij zal vast niet de eerste revalidatiepatiënt zijn voor wie zulke aanpassingen nodig zijn…
‘Het niet weten’ ligt achter ons, we gaan het nu anders doen! “We hebben patiënten met een LVB altijd al in onze …
Komt een patient met een LVB bij de dokter… Laat dit even tot je doordringen: in 80% van de gevallen, zo blijkt …
Een alternatief voor classificatie-denken is transdiagnostisch denken. Daarbij staat niet primair de vraag centraal tot welke categorie iemand behoort, maar welke factoren in de situatie bepalen wat iemand nodig heeft aan ondersteuning of behandeling (zie de overzichtsreview van Dalgleish et al., 2020). Mensen met een LVB vormen geen aparte groep voor wie ondersteuning of behandeling fundamenteel anders of apart georganiseerd moet worden. Wel kunnen aanpassingen nodig zijn voor de manier waarop iemand informatie verwerkt, taal begrijpt of in het dagelijks leven functioneert. De casus van de mevrouw hierboven laat dit duidelijk zien. We moeten dus minder varen op LVB als categorie waarmee we mensen ‘sorteren’ (en daarmee soms de benodigde zorg blokkeren) en meer kijken naar het cognitief en adaptief functioneren en wat dat betekent voor communicatie, diagnostiek en ondersteuning of behandeling.
Deze verschuiving biedt een helder kader voor diverse beroepsopleidingen; daar leiden we onze toekomstige professionals op en zit daar het potentieel tot structurele verandering. Jeugdigen en volwassenen met een LVB bevinden zich in het basis- en voortgezet onderwijs, de wijk, de jeugdhulp, de huisartspraktijk en in de ggz; overal dus eigenlijk. Onderwijs over cognitief en adaptief functioneren zou daarom niet enkel voorbehouden moeten zijn aan studenten met een profiel ‘gehandicaptenzorg’. Hoe dat in meer (sociale) opleidingen kan worden vormgegeven, zie ik bijvoorbeeld in de opleiding tot orthopedagoog-generalist waaraan ik verbonden ben. In het eerste jaar gaat onderwijs over LVB en cognitief en adaptief functioneren vooraf aan de verschillende werkveldblokken. Daarbij is ook een les met ervaringsdeskundigen opgenomen en wordt die kennis al toegepast op thema’s als trauma en verslaving. LVB is daarmee niet alleen een afzonderlijk onderwerp dat studenten een keer wordt aangeboden, maar kennis die zij ook in verschillende vormen van diagnostiek en behandeling moeten leren toepassen.
Loskomen van classificaties maakt kennis over LVB dus niet minder belangrijk. Integendeel. Het verandert vooral de manier waarop we de classificatie gebruiken en de achterliggende kennis goed benutten, met altijd het welzijn van de persoon in kwestie voorop. En ja, daar kunnen de kennismaterialen en het netwerk van het Landelijk Kenniscentrum LVB bij helpen.
Matthijs Heijstek
Referentie
Dalgleish, T., Black, M., Johnston, D., & Bevan, A. (2020). Transdiagnostic approaches to mental health problems: Current status and future directions. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 88(3), 179–195. https://doi.org/10.1037/ccp0000482