Een licht verstandelijke beperking (LVB) is een ontwikkelingsstoornis die voor het 22ste levensjaar zichtbaar wordt. Mensen met een LVB hebben, volgens de Nederlandse praktijkdefinitie, een IQ tussen de 50 en 85 en ervaren beperkingen in vaardigheden die zij dagelijks nodig hebben. Een LVB ontstaat meestal door een combinatie van erfelijke, neurobiologische en sociale omgevingsfactoren. Meer informatie over wat een LVB is, vind je op de pagina Over een LVB.
Een precieze oorzaak van een LVB is vaak niet aan te geven en mogelijke oorzaken worden ook lang niet altijd opgemerkt of vastgesteld. Een LVB ontstaat meestal door een complex samenspel van erfelijke en neurobiologische factoren. Daarnaast kunnen sociale risicofactoren de ontwikkelingsmogelijkheden van een kind (verder) beperken. Er is daarbij niet altijd sprake van een causaal verband. Ook is het vaak lastig om te bepalen of en in welke mate factoren bijdragen aan een LVB en hoe ze elkaar beïnvloeden. Zo kan een genetische afwijking bijvoorbeeld leiden tot complicaties bij de geboorte, wat een mogelijke oorzaak van een LVB kan zijn (Didden et al., 2016; Kenniscentrum KJP, 2023).
Op deze pagina bespreken we twee groepen van factoren die mogelijk een rol spelen bij de ontwikkeling van een LVB:
1. erfelijke en neurobiologische factoren
2. sociale omgevingsfactoren.
Erfelijke en neurobiologische factoren kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een LVB.
De kans op een LVB is verhoogd als een ouder of een broer/zus eveneens een LVB heeft. Intelligentie is deels genetisch bepaald. Ouders met een benedengemiddelde intelligentie hebben ook vaker een kind met een benedengemiddelde intelligentie.
Echter, bij mensen met een LVB spelen meestal ook nog andere problemen of complicaties die voor, tijdens of kort na de geboorte zijn ontstaan een rol. Deze factoren, die lang niet altijd opgemerkt of vastgesteld worden, zorgen voor een verstoring van de cognitieve en adaptieve ontwikkeling van jongs af aan. Voorbeelden van mogelijke erfelijke of neurobiologische factoren zijn:
De mate waarin kinderen met erfelijke of neurobiologische risico’s ook daadwerkelijk een LVB ontwikkelen, hangt ook af van de sociale context.
Gunstige pedagogische en sociale omstandigheden kunnen de cognitieve ontwikkeling optimaliseren en de kans op adaptieve beperkingen verminderen, waarmee ook de kans op het ontwikkelen van een LVB vermindert (Didden et al., 2016). Kinderen functioneren dan als het ware slechts tijdelijk op LVB-niveau. Meer over het tijdelijk functioneren op LVB-niveau lees je op de pagina Over een LVB.
Sociale omgevingsfactoren die de cognitieve en adaptieve ontwikkeling kunnen ondersteunen zijn:
Kinderen en jongeren met een benedengemiddelde intelligentie zijn extra kwetsbaar onder ongunstige omstandigheden. De cognitieve en adaptieve ontwikkeling van een kind kunnen daarnaast (extra) beperkt worden door bijkomende ontwikkelingsstoornissen, psychische of somatische problemen. Wanneer meerdere risicofactoren een rol spelen bij een kind en beschermende factoren ontbreken, is de kans groter dat zij een LVB ontwikkelen of tijdelijk op LVB-niveau functioneren (Kenniscentrum KJP, 2023; VZinfo.nl).
In gezinnen met meervoudige en complexe problemen zijn er relatief vaker kinderen met een LVB. Meer informatie over gezinnen waar bij één of meerdere gezinsleden sprake is van een LVB vind je op deze pagina.
Sociale omgevingsfactoren die de cognitieve en adaptieve ontwikkeling kunnen belemmeren zijn:
Bij kinderen met een LVB is het beloop van hun verdere ontwikkeling, welbevinden en gedrag afhankelijk van de opvoeding, gezinsomstandigheden en kansen die zij en hun ouders krijgen. Denk hierbij aan:
(Didden et al., 2016; Kenniscentrum KJP, 2023)
Ook de manier waarop de wijdere maatschappelijke omgeving de kinderen en hun gezinnen accepteert en ondersteunt speelt een belangrijke rol. Niet iedereen met een LVB ervaart ook direct (ernstige) problemen. Het hangt van de omgeving af in hoeverre iemand problemen ervaart en hoe daarmee omgegaan wordt. Lees meer over bovenstaande punten en hoe je bij kunt dragen aan een inclusievere samenleving op de pagina Werken aan inclusie.
Didden, R., Troost, P., Moonen, X., & Groen, W. (2016). H1. Inleiding. In R. Didden, P. Troost, X. Moonen, & W. Groen (Eds.), Handboek Psychiatrie en lichte verstandelijke beperking (pp. 11–22). De Tijdstroom.
Kaal, H., van Scheppingen, L., Douma, J., van Oostaijen, E., & Bouwman-van Ginkel, E. (2022). Basisboek LVB voor sociaal werkers. Koninklijke Van Gorcum.
Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Licht verstandelijke beperking (LVB). Geraadpleegd op 1 mei 2023, van kenniscentrum-kjp.nl/professionals/dossiers/licht-verstandelijke-beperkten-lvb/
Kinderneurologie.eu. (2023). A tot Z overzicht. Geraadpleegd op 1 mei 2023, van kinderneurologie.eu/atotz.php
Stichting Foundation for Brain Injury Explanation. Hersenletsel uitleg: aangeboren hersenletsel. Geraadpleegd op 8 december 2025, van hersenletsel-uitleg.nl/soorten-hersenletsel-hersenaandoeningen/vanaf-geboorte-of-kindertijd/aangeboren-hersenletsel.
Volksgezondheid en Zorg (VZinfo). Verstandelijke beperking – Oorzaken en gevolgen. Geraadpleegd op 1 mei 2023, van vzinfo.nl/verstandelijke-beperking
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. (2025, 8 april). Etiologische diagnostiek bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand of verstandelijke beperking. Richtlijnen Database.nl
Maandelijks nieuws van het kenniscentrum en onze deelnemers ontvangen?