Vaak is het evenwicht tussen draagkracht en draaglast van de ouders dusdanig verstoord dat welzijn en de ontwikkeling van het kind in het geding komt.
23.560 kinderen onder de 18 jaar groeien op bij een ouder met een LVB. Uit een onderzoek onder zo’n 1500 gezinnen waar een of beide ouders een (licht) verstandelijke beperking had bleek dat bij 33% van de ouders het ouderschap goed genoeg is. Dat wil zeggen dat kinderen voldoende worden ondersteund in hun ontwikkeling, er geen bemoeienis is van de Raad voor de kinderbescherming en geen aanwijzingen voor verwaarlozing en mishandeling.
Bij 51% schiet het ouderschap tekort. Dat wil zeggen kinderen zijn uit huis geplaatst of dreigen dat te worden, er is bemoeienis van de Raad voor de Kinderbescherming en/of aanwijzingen voor verwaarlozing dan wel mishandeling.
Bij 16% was het ouderschap problematisch. Dat wil zeggen dat het welzijn en de ontwikkeling van het kind in het gedrang komt doordat bij ouders het evenwicht tussen draagkracht en draaglast verstoord is (De Vries et al., 2005).
Uit internationaal onderzoek blijkt dat ongeveer 40% van de kinderen van verstandelijk beperkte ouders niet meer thuis woont (Llewellyn & Hindmarsh, 2015).
Daarnaast hebben kinderen van ouders met een verstandelijke beperking vaker cognitieve en gedragsproblemen dan kinderen van gemiddeld begaafde ouders (Schuengel et al., 2017)
Voor het opvoeden van kinderen zijn verschillende competenties nodig. Deze competenties zijn van belang om kinderen voldoende basiszorg, bescherming, affectie, stimulering en opvoeding te geven.
In onderzoek naar deze competenties wordt vaak gewerkt met het balansmodel van Bakker. In dit model worden de risico- en beschermingsfactoren, die veelal complementair zijn, beschreven. Factoren worden onderscheiden op het niveau van:
Bij het beoordelen van opvoedcompetenties is het nodig alle risicofactoren en beschermende factoren in kaart te brengen. Een verstandelijke beperking van de ouder(s) is hier een risicofactor op microniveau en de aanwezigheid van schulden een risicofactor op macroniveau. De belangrijkste beschermende factor is het hebben van een steunend sociaal netwerk (mesoniveau). Een uitgebreid overzicht van risico en beschermende factoren kan gevonden worden in de Handreiking kinderwens en anticonceptie bij mensen met en verstandelijke beperking (NVAVG, 2016).
Opvoedcompetenties staan niet vast, ze kunnen variëren in tijd en worden beïnvloed door bijvoorbeeld het stabiliseren van een woon- en/of werkplek, een nieuwe partner, of het aanleren van nieuwe vaardigheden.
Ook voor ouders met een LVB kan goed genoeg opvoederschap haalbaar zijn. Vaak zijn er dan een goed steunend netwerk en passende hulpverlening nodig. We hebben het dan over ‘Goed genoeg opvoederschap’, zoals in de richtlijnen jeugdhulp omschreven. Dit vraagt maatwerk per gezin en hiervoor is het belangrijk dat:
Omdat kinderen opgroeien en situaties veranderen is langdurige waakvlamondersteuning nodig, zodat laagdrempelig ondersteuning gevraagd kan worden als daar behoefte aan is en er zicht blijft op de gezinssituatie.
Het kan zijn dat er zorgen zijn over de veiligheid van het gezin of kinderen in het gezin. Dat kan verschillende oorzaken hebben zoals persisterende risicofactoren als verslaving en huiselijk geweld, het wegvallen van een steunend netwerk, of beperkte opvoedvaardigheden die ondanks ondersteuning niet verbeteren. Het is belangrijk om dan het stappenplan van de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling te doorlopen. Als daaruit geconcludeerd wordt dat er een acute of structurele onveilige situatie is voor het ongeboren kind, dan moet er melding gedaan worden bij Veilig Thuis.

Begeleiden van ouders met een LVB en multiproblematiek
Kennis, houding en vaardigheden voor begeleiders met concrete handelingsadviezen.

Een overzicht van geschikte interventies voor jeugdigen en volwassenen met een LVB.

Aansluiten bij een LVB,...(hoe) doe jij dat?
Houding en communicatie aansluiten op de kenmerken van een LVB.

Uitdagingen rondom uithuisplaatsing en terugplaatsing bij ouders met een licht verstandelijke beperking.
De Vries, J. N., Willems, D. L., Isarin, J., & Reinders, J. S. (2005). Samenspel van factoren: Inventariserend onderzoek naar de ouderschapscompetenties van mensen met een verstandelijke handicap (Eindrapport). Universiteit van Amsterdam in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-vws0500739-b1.pdf
Llewellyn, G., & Hindmarsh, G. (2015). Parents with intellectual disability in a population context. Current developmental disorders reports, 2(2), 119-126. https://doi.org/10.1007/s40474-015-0042-x
Schuengel, C., Kef, S., Hodes, M. W., & Meppelder, M. (2017). Parents with intellectual disability. Current Opinion in Psychology, 15, 50–54. https://doi.org/10.1016/j.copsyc.2017.02.022
Wat zijn gezinnen met meervoudige en complexe problemen? (z.d.). Richtlijnen Jeugdhulp. Geraadpleegd in 2025 van https://www.richtlijnenjeugdhulp.nl/gezinnen-met-meervoudige-en-complexe-problemen/wat-zijn-gezinnen-met-meervoudige-en-complexe-problemen
Maandelijks nieuws van het kenniscentrum en onze deelnemers ontvangen?